De salariscriteria van de 30%-regeling en de kennis-migrantenregeling
De salariscriteria van de 30%-regeling en de kennismigrantenregeling worden in de praktijk nog te vaak als uitwisselbaar behandeld. Dat is onjuist. Beide regelingen hebben een eigen wettelijk kader, een eigen loonbegrip en een eigen toetsmoment. Juist in dossiers waarin fiscaliteit en migratierecht samenlopen, leidt dat tot uitvoeringsrisico. De 30%-regeling toetst specifieke deskundigheid fiscaal via een inkomensnorm op jaarbasis. De kennismigrantenregeling toetst verblijfsrechtelijk of sprake is van een voldoende, structureel en zelfstandig bruto maandsalaris. Een werknemer kan daardoor fiscaal aan de ene regeling voldoen, maar migratierechtelijk aan de andere falen, of omgekeerd. In dit artikel worden de wettelijke grondslagen, de verschillende salariscriteria, de relevante looncomponenten, de toetsmomenten, de samenloop en de rechtsgevolgen van niet-naleving systematisch besproken. Daarbij komen ook recente rechtspraak, kennisgroepstandpunten en uitvoeringsinformatie van de Belastingdienst en IND aan bod.
1. Inleiding
De 30%-regeling en de kennismigrantenregeling worden in de internationale adviespraktijk regelmatig in één dossier toegepast. Dat is begrijpelijk. Beide regelingen zijn relevant bij het aantrekken van buitenlandse werknemers en beide kennen een salariscriterium.
Toch gaat het om wezenlijk verschillende regimes. De 30%-regeling, in het Handboek Loonheffingen inmiddels veelal aangeduid als expatregeling, is een fiscale bewijsregel voor extraterritoriale kosten. De kennismigrantenregeling is een migratierechtelijke toelatingsregeling voor arbeid in Nederland. (2)
Dat onderscheid werkt door in vrijwel ieder praktisch detail. Voor de 30%-regeling gaat het om het belastbare loon op jaarbasis, beoordeeld binnen de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB 1964). In deze bijdrage versta ik onder het belastbaar loon het ‘loon uit tegenwoordige dienstbetrekking’. Voor de kennismigrantenregeling gaat het om een bruto maandloon in geld, dat structureel, contractueel vastgelegd en maandelijks betaald moet worden. Wie één salarisberekening gebruikt voor beide regelingen, loopt daardoor het risico fiscaal of migratierechtelijk verkeerd uit te komen.
De analyse is bovendien actueler geworden door de aangescherpte uitvoeringspraktijk. De Belastingdienst benadrukt de doorlopende toetsing van de inkomensnorm bij de 30%-regeling. De IND benadrukt dat bij kennismigranten het daadwerkelijke brutoloon leidend blijft, ook wanneer de 30%-regeling wordt toegepast. Die lijnen moeten in de advisering geïntegreerd worden.
2. De 30%-regeling: aard, basis en deskundigheidseis
De 30%-regeling is gecodificeerd in art. 31a Wet LB 1964 en nader uitgewerkt in hoofdstuk 4a UBLB 1965. De regeling heeft het karakter van een bewijsregel voor extraterritoriale kosten. Indien aan de voorwaarden is voldaan, kunnen deze kosten forfaitair worden vergoed tot het wettelijk toegestane percentage van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. (3)
De regeling staat open voor de ingekomen werknemer die voldoet aan de voorwaarden van art. 10e e.v. UBLB 1965. Een kernvoorwaarde is dat de werknemer beschikt over specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is. De besluitgever heeft deze open norm in de huidige systematiek in belangrijke mate ingevuld via het salariscriterium van art. 10eb UBLB 1965. In de uitvoeringspraktijk vormt dat salariscriterium daarmee het primaire aanknopingspunt voor de beoordeling van de specifieke deskundigheid. (4)
Dat betekent echter niet dat het onderliggende schaarstecriterium volledig is verdwenen. In bijzondere gevallen kan nog steeds betekenis toekomen aan factoren zoals opleiding, relevante ervaring en de verhouding tussen het beloningsniveau in Nederland en dat in het land van herkomst. Dat speelt met name in sectoren waarin het looncriterium onvoldoende onderscheidend is, omdat werknemers in bepaalde functies structureel boven de salarisnorm verdienen. (5)
De rechtspraak over tandartsen illustreert dat de beoordeling van schaarste niet uitsluitend kan worden gereduceerd tot een salarisvergelijking. In HR 15 november 2013 stond niet het huidige salariscriterium centraal, maar de vraag of tandartsen op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars aanwezig waren. In de literatuur is erop gewezen dat deze rechtspraak ook onder de huidige regeling betekenis kan behouden in gevallen waarin het looncriterium onvoldoende onderscheidend is. (6)
Voor 2026 bedraagt de reguliere inkomensnorm voor de 30%-regeling meer dan € 48.013. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een kwalificerende mastergraad geldt een verlaagde norm van meer dan € 36.497.
Voor wetenschappelijke onderzoekers bij aangewezen instellingen en artsen in opleiding tot specialist geldt geen salarisnorm in de gebruikelijke zin. (7)
3. De kennismigrantenregeling: aard, basis en afbakening
De kennismigrantenregeling behoort tot het migratierecht. Zij biedt derdelanders de mogelijkheid om in Nederland te verblijven en te werken als kennismigrant, onder verantwoordelijkheid van een erkend referent. De regeling is ingebed in de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000, het Voorschrift Vreemdelingen 2000 en de uitvoeringspraktijk van de IND.
Van belang is dat de regeling niet geldt voor werknemers met de nationaliteit van een EU-lidstaat, EER-staat of Zwitserland. Voor hen geldt het vrij verkeer van werknemers en is geen verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant vereist. (8)
Voor 2026 gelden voor kennismigranten de volgende bruto maandbedragen exclusief vakantiebijslag: € 5.942 voor werknemers van 30 jaar of ouder, € 4.357 voor werknemers jonger dan 30 jaar en € 3.122 voor het verlaagde salariscriterium. Het verlaagde criterium is niet simpelweg gekoppeld aan leeftijd of mastertitel, maar aan specifieke migratierechtelijke categorieën, zoals het zoekjaar hoogopgeleiden. (9)
Het overeengekomen loon moet bovendien marktconform zijn. Daarmee verschilt de kennismigrantenregeling van de 30%-regeling. Het marktconformiteitsvereiste staat naast het wettelijke salariscriterium. De IND beoordeelt dit binnen de verblijfsprocedure, zo nodig op basis van UWV-advies. Daarbij wordt gekeken of het loon, gelet op functie, kwalificaties, cao en vergelijkbare functies, gebruikelijk is. Sinds april 2026 geldt bij de online verlengingsaanvraag bovendien dat de werkgever het salaris niet meer afzonderlijk hoeft in te vullen, maar verklaart dat aan het salariscriterium wordt voldaan, dat het loon marktconform is en dat het loon maandelijks wordt betaald op een bankrekening op naam van de kennismigrant. Die wijziging betreft de verlengingsprocedure en laat de materiële voorwaarden bij eerste aanvraag, verlenging en wijziging van werkgever onverlet.
4. Loonbegrip: fiscaal jaarloon tegenover migratierechtelijk maandloon
Voor de 30%-regeling geldt niet het civielrechtelijke bruto maandsalaris als zodanig, maar het fiscale loonbegrip. Art. 10eb UBLB 1965 sluit aan bij het belastbare loon. Daardoor kunnen in beginsel alle looncomponenten die fiscaal tot het loon behoren relevant zijn voor de salaristoets. Dat omvat ook loon in natura, zoals een bijtelling voor privégebruik auto, en belastbare vergoedingen. Omgekeerd kunnen brutoloonverlagingen, pensioeninhoudingen of uitruil in een cafetariaregeling het fiscale toetsloon drukken. (10)
Bij de kennismigrantenregeling is het loonbegrip beperkter. Het gaat om een vast bruto maandsalaris in geld. Vergoedingen en vaste toeslagen kunnen meetellen indien zij schriftelijk zijn overeengekomen, maandelijks worden betaald en worden overgemaakt naar een bankrekening op naam van de kennismigrant. Vakantietoeslag, loon in natura en onzeker of onregelmatig loon tellen niet mee. (11)
De IND heeft bovendien verduidelijkt dat ADV- of ATV-vergoedingen niet meetellen voor het salariscriterium. Deze vergoeding is geen directe betaling voor arbeid en het loon dat meetelt moet worden gebaseerd op de gebruikelijke arbeidsduur per week. (12)
De verschillen zijn praktisch groot. Een incidentele bonus kan fiscaal relevant zijn voor de 30%-regeling, maar migratierechtelijk buiten beschouwing blijven. Een bruto maandsalaris kan voldoende zijn voor de kennismigrantenregeling, maar na toepassing van de 30%-vergoeding onvoldoende belastbaar loon laten resteren voor de fiscale inkomensnorm.
5. Toetsmomenten bij de 30%-regeling
De salarisnorm van de 30%-regeling is een norm op jaarbasis. Dat betekent echter niet dat uitsluitend aan het einde van het kalenderjaar wordt beoordeeld of aan de norm is voldaan. In deeljaarsituaties moet naar rato worden beoordeeld welk minimumbedrag geldt over de relevante periode. Daarbij moet worden onderkend dat, ondanks het jaarkarakter van de norm, materieel sprake is van een doorlopende toets.
Deze doorlopende toets is wettelijk verankerd in art. 10ee UBLB 1965. Sinds de wijziging per 1 januari 2012 moet de werknemer gedurende de gehele loop-tijd blijven voldoen aan de criteria voor ingekomen werknemer. Indien niet langer sprake is van specifieke deskundigheid die op de Nederlandse arbeidsmarkt niet of schaars aanwezig is, eindigt de looptijd van de regeling op het moment waarop niet langer aan die voorwaarden wordt voldaan. (13)
In de uitvoeringspraktijk wordt onderscheid gemaakt tussen de vooraftoets en de continutoets. Bij de vooraftoets staat centraal of op het moment van aanwerving of het sluiten van de arbeidsovereenkomst voldoende bepaalbaar is dat de werknemer aan de inkomensnorm zal voldoen. De continutoets ziet op de vraag of de werknemer gedurende de looptijd feitelijk aan de norm blijft voldoen.
Ook voor de deskundigheidseis is het toetsmoment relevant. Uit de rechtspraak volgt dat deze beoordeling in beginsel plaatsvindt naar het moment waarop de arbeidsovereenkomst tot stand komt. Indien tussen contractsluiting en feitelijke indiensttreding enige tijd verstrijkt, moet op dat moment voldoende vaststaan dat de werknemer vanaf de overeengekomen ingangsdatum een loon zal genieten dat de inkomensnorm doorstaat. (14)
Hof Den Haag bevestigt dat de inkomensnorm bij de 30%-regeling meerledig kan worden getoetst. Bij een fictieve wisseling van inhoudingsplichtige kan ook relevant zijn of bij een eerdere werkgever materieel aan de voorwaarden was voldaan. Reins en Bulo duiden dit als het onderscheid tussen de vooraftoets, de bij aanwerving voldoende bepaalbare beloning, en de continutoets, het fiscaal genoten jaarloon. (15)
6. Genietingsmoment, nettoafspraken en brutering
De uitspraak van Hof Den Haag van 20 februari 2025 is ook van belang voor de vraag welke looncomponenten aan welk tijdvak moeten worden toegerekend. Het hof oordeelde dat nettovergoedingen voor de beoordeling van de loonnorm moeten worden gebruteerd. Verder moeten vergoedingen die zien op eerdere jaren, maar later zijn uitbetaald, aan die eerdere jaren worden toegerekend indien zij reeds vorderbaar en inbaar waren. (16)
De kern is dat het fiscale genietingsmoment van art. 13aWet LB 1964 beslissend kan zijn. Genieten is ruimer dan ontvangen. Reeds vorderbare en inbare aanspraken kunnen daarom meetellen voor de salarisnorm, ook wanneer feitelijke betaling later plaatsvindt. (17)
De annotatie in Vakstudie Nieuws plaatst bij de terminologie van brutering een nuttige kanttekening. Fiscaal gaat het uiteindelijk niet om bruto- of nettoloon als zelfstandige begrippen, maar om de vraag welke aanspraken en vergoedingen tot het loon behoren. Indien de werkgever belasting of premies voor zijn rekening neemt, kan de waarde van die afspraak mede loon vormen. De praktische uitkomst kan daardoor gelijk zijn aan brutering, maar de fiscale grondslag is het loonbegrip zelf. (18)
7. Toetsmomenten kennismigrantenregeling
Bij de kennismigrantenregeling ligt de nadruk op de maandelijkse naleving van het salariscriterium. De IND vermeldt dat de kennismigrant elke maand aan het toepasselijke salariscriterium moet voldoen. Het salaris moet door de erkend referent worden uitbetaald en op een bankrekening op naam van de werknemer worden gestort. (19)
Het toepasselijke normbedrag wordt bepaald aan de hand van het relevante aanvraagmoment. Bij verlenging en wijziging van referent gelden vervolgens de geïndexeerde normbedragen volgens de door de IND gehanteerde systematiek. Voor werknemers jonger dan 30 jaar blijft het jonger-dan-30-criterium bij dezelfde werkgever gelden, ook wanneer zij later 30 worden. Bij wisseling van referent wordt opnieuw beoordeeld welk normbedrag geldt. Voor het verlaagde salariscriterium geldt een eigen regime. (20)
De maandtoets van de kennismigrantenregeling staat dus tegenover de jaarbenadering van de 30%-regeling. Dat is voor de loonadministratie een belangrijk verschil. De fiscale regeling kan onder omstandigheden op jaarbasis worden gerepareerd of herrekend. De migratierechtelijke regeling verlangt structurele maandelijkse naleving.
8. Samenloop tussen beide regelingen
De samenloop tussen de 30%-regeling en de kennismigrantenregeling levert vooral risico op wanneer de 30%-regeling wordt toegepast via een verlaging van het brutoloon. Fiscaal kan een dergelijke structuur mogelijk werken, mits het belastbare loon na toepassing van de onbelaste vergoeding boven de inkomensnorm blijft. Migratierechtelijk blijft echter het daadwerkelijke brutoloon leidend.
De IND heeft in Informatiebericht IB 2025/9 expliciet bevestigd dat toepassing van de 30%-regeling er niet toe leidt dat een brutoloon onder het looncriterium wordt geaccepteerd. Het verlagen van het brutoloon is een keuze van de werkgever. Ook na toepassing van de 30%-regeling moet het brutosalaris ten minste gelijk zijn aan het toepasselijke looncriterium. Alleen bij een echte nettoloonafspraak mag vanuit netto naar bruto worden teruggerekend, maar ook dan moet het berekende brutoloon aan de norm voldoen. (21)
Dit is ook relevant bij retroactieve toepassing van de 30%-regeling. Indien de fiscale regeling achteraf wordt toegepast en het brutoloon administratief wordt herrekend vanuit een nettoloonafspraak, moet steeds worden beoordeeld of het relevante brutoloon voor de IND voldoende blijft.
De GVVA-context onderstreept deze complianceverplichting. De GVVA combineert de verblijfsvergunning en de tewerkstellingsvergunning in één besluit. De IND beoordeelt de aanvraag en vraagt waar nodig advies aan het UWV over de arbeidsmarktaspecten. De werkgever moet ervoor zorgen dat de werknemer voldoet aan de voorwaarden, niet alleen bij de aanvraag maar ook daarna. (22)
9. Bijzondere situaties
9.1 Parttime werken
De inkomensnorm van de 30%-regeling wordt niet aangepast aan de omvang van de arbeidstijd. Ook bij parttime werken blijft de volledige jaarnorm uitgangspunt. Indien een werknemer gedurende het jaar minder gaat werken en het belastbare loon daardoor onder de toepasselijke norm komt, kan dit ertoe leiden dat de regeling voor dat jaar niet langer kan worden toegepast. Het Handboek Loonheffingen formuleert dit vanuit de algemene regel dat de expatregeling vervalt indien het loon in een jaar lager is dan de inkomensnorm, tenzij een specifieke uitzondering van toepassing is. (23)
Bij de kennismigrantenregeling wordt het salariscriterium niet pro rata verlaagd bij vermindering van de arbeidsduur. Beslissend blijft of de kennismigrant maandelijks het toepasselijke bruto normbedrag ontvangt.
9.2 Zwangerschapsverlof en WAZO-verlof
Voor bepaalde verlofvormen geldt bij de 30%-regeling een expliciete uitzondering. Indien het loon lager is door zwangerschapsverlof of vergelijkbare verlof- vormen, wordt voor de toetsing uitgegaan van het loon dat de werknemer zonder dit verlof zou hebben genoten. (24)
Voor de kennismigrantenregeling heeft de IND in 2025 eveneens verduidelijkt dat een tijdelijk lager salaris onder omstandigheden geen gevolgen heeft voor de verblijfsvergunning, indien dit het gevolg is van verlof op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) of van gebruikmaking van het stakingsrecht. De werkgever moet dit binnen vier weken melden bij de IND en de situatie zorgvuldig documenteren. (25)
9.3 Ziekte
Voor ziekte geldt bij de 30%-regeling geen vergelijkbare expliciete uitzondering. Indien het loon tijdens ziekte daalt en het belastbare jaarloon daardoor onder de inkomensnorm komt, is het uitgangspunt dat de regeling niet kan worden toegepast voor dat jaar. Alleen wanneer de werkgever het loon zodanig aanvult dat het belastbare loon boven de norm blijft, kan de regeling worden behouden. Deze conclusie volgt uit het limitatieve karakter van de in het Handboek genoemde uitzonderingen. (26)
Voor de kennismigrantenregeling geldt evenmin een vergelijkbare expliciete uitzondering als voor WAZO-verlof of staking. Daalt het loon tijdens ziekte onder het toepasselijke maandelijkse salariscriterium, dan kan dit gevolgen hebben voor de verblijfsvergunning. Dit risico wordt alleen vermeden indien de werkgever het maandelijkse bruto loon zodanig aanvult dat de kennismigrant aan de toepasselijke norm blijft voldoen.
10. Gevolgen van niet-naleving
10.1 Fiscale gevolgen binnen de 30%-regeling
Indien niet aan de inkomensnorm van de 30%-regeling is voldaan, is de regeling in zoverre ten onrechte toegepast. Dat kan leiden tot correctie van eerdere loonaangiften, naheffing van loonbelasting en premies, belastingrente en eventueel boeten. Het Handboek Loonheffingen koppelt het niet voldoen aan de inkomensnorm uitdrukkelijk aan correctie van eerdere aangiften. (27)
Een latere correctie via correctieberichten kan onder omstandigheden echter mogelijk zijn. Dat speelt met name wanneer de werkgever aannemelijk kan maken dat sprake was van een administratieve vergissing, waarbij een te laag bedrag als werknemersloon is verloond en een te hoog bedrag als gericht vrijgestelde vergoeding is verwerkt. Doorslaggevend is dan of de beoogde arbeidsrechtelijke verhouding tussen bruto-loon en 30%-vergoeding voldoende duidelijk en vooraf is vastgelegd.
De werking van het addendum bij de arbeidsovereenkomst is hierbij essentieel. Indien uit het addendum volgt dat slechts een vergoeding wordt aangewezen voor zover en zolang deze gericht vrijgesteld kan worden vergoed, kan een onjuiste verwerking in de loonadministratie worden hersteld. Ontbreekt een dergelijke arbeidsrechtelijke basis, of kan niet aannemelijk worden gemaakt dat sprake was van een vergissing, dan ligt correctie door herkwalificatie achteraf aanzienlijk moeilijker. (28)
10.2 Migratierechtelijke gevolgen
Bij de kennismigrantenregeling kan niet-naleving van het salariscriterium verstrekkende gevolgen hebben. De verblijfsvergunning kan worden geweigerd, niet worden verlengd of met terugwerkende kracht worden ingetrokken. Bovendien kan sprake zijn van overtreding van de Wav, met risico op bestuurlijke boeten.
Rechtbank Den Haag illustreerde in 2025 dat het niet betalen van het vereiste kennismigrantensalaris ook arbeidsrechtelijke gevolgen kan hebben. In die zaak was een werknemer als kennismigrant aangenomen, maar ontving hij niet het vereiste loon. De intrekking van de verblijfsvergunning kwam mede voor rekening van de werkgever, waardoor het daarop gebaseerde ontslag op staande voet geen stand hield. (29)
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder bevestigd dat niet-naleving van het salariscriterium kan leiden tot Wav-handhaving. Onder de Beleidsregel boeteoplegging Wav 2025 wordt de hoogte van de boete gedifferentieerd naar ernst en verwijtbaarheid, maar de verplichting zelf blijft strikt. (30)
11. Aandachtspunten voor de adviespraktijk
Voor de adviespraktijk volgt hieruit dat steeds twee afzonderlijke berekeningen nodig zijn. Voor de 30%-regeling moet worden bepaald of het belastbare loon op jaarbasis, na toepassing van de onbelaste vergoeding, de fiscale inkomensnorm overschrijdt. Voor de kennismigrantenregeling moet worden beoordeeld of het structurele bruto maandsalaris in geld voldoet aan het toepasselijke IND-normbedrag.
Arbeidsovereenkomst en addendum moeten nauwkeurig aansluiten op de beoogde fiscale en migratierechtelijke behandeling. Het addendum moet duidelijk maken welk deel van de beloning als loon geldt, welk deel als 30%-vergoeding wordt aangewezen en dat de aanwijzing slechts geldt voor zover en zolang deze fiscaal is toegestaan. Bij kennismigranten moet bovendien worden geborgd dat het bruto salaris, los van de 30%-vergoeding, aan de IND-norm blijft voldoen.
Bij jonge werknemers is extra aandacht nodig. De lage norm van de 30%-regeling is gekoppeld aan leeftijd en een kwalificerende mastergraad. Het verlaagde salariscriterium van de kennismigrantenregeling is gekoppeld aan specifieke migratierechtelijke categorieën. Die regimes mogen niet worden vereenzelvigd.
Tot slot moet de monitoring gedurende de looptijd op orde zijn. Salariswijzigingen, parttime werken, ziekte, verlof, wisseling van werkgever, retroactieve toepassing van de 30%-regeling en correctieberichten kunnen allemaal invloed hebben op de toepasselijkheid van een of beide regelingen.
12. Conclusie
De salariscriteria van de 30%-regeling en de kennismigrantenregeling vertonen slechts schijnbare verwantschap. De 30%-regeling is fiscaal georiënteerd en werkt met belastbaar loon op jaarbasis, binnen een systeem van vooraftoets, continutoets en fiscaal genietingsmoment. De kennismigrantenregeling is migratierechtelijk georiënteerd en werkt met een structureel bruto maandsalaris in geld.
Juist in internationale dossiers waarin beide regelingen samenlopen, is dat onderscheid cruciaal. Een salarisstructuur kan fiscaal verdedigbaar zijn en migratierechtelijk toch tekortschieten. Omgekeerd kan een werknemer migratierechtelijk boven de norm zitten, maar fiscaal door toepassing van de 30%-vergoeding onder de inkomensnorm zakken.
Het salariscriterium is daarmee geen administratief afvinkpunt, maar een kernonderdeel van integrale tax en immigration compliance. Voor ervaren adviseurs ligt de toegevoegde waarde juist in het tijdig onderkennen van die samenloop en het juridisch zuiver vastleggen van de gekozen beloningsstructuur.
Auteur: Frank Mélotte, Nassau Tax & Global Mobility (1)
Gepubliceerd in: Over de grens, Nummer 3, 12 juni 2026
Noten:
Frank Mélotte is partner bij Nassau tax & global mobility
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, par. 19.4.
Art. 31a Wet LB 1964 en art. 10e e.v. UBLB 1965.
Art. 10eb UBLB 1965.
Art. 10eb, lid 4, UBLB 1965. Zie ook Brief Staatssecretaris van Financiën 3 november 2011, V-N 2011/56.4, p. 92.
HR 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1127, FutD 2013-2771, BNB 2014/51, m.nt. A.L. Mertens. Zie ook A.L. Mertens in zijn noot bij dit arrest, waarin wordt opgemerkt dat het arrest ook onder de vanaf 1 januari 2012 geldende tekst van art.10eb UBLB 1965 betekenis kan behouden indien het looncriterium geen onderscheidend criterium is.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, par. 19.4.1.
Art. 45 VWEU. Zie ook IND, De verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant, 2025, p. 1.
IND, Nieuwsbrief Zakelijk 18 december 2025, Nieuwe normbedragen kennismigrant per 1 januari 2026.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, hoofdstuk 4 en par. 19.4.1.
IND, De verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant, 2025, p. 2-4.
IND, Nieuwsbrief Zakelijk 25 maart 2025, ADV- of ATV-vergoeding telt niet mee voor salariscriterium kennismigranten.
Art. 10ee UBLB 1965; Besluit van 22 december 2011, Stb. 2011, 677, art. IV.
HR 28 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU2303, FutD 2006-0783, BNB 2006/264, m.nt. P.H.J. Essers.
D. Reins en N. Bulo, ‘Fiscale genietingsmoment doorslaggevend voor de salarisnorm van de 30%-regeling’, Over de Grens 2025/54.
Hof Den Haag 20 februari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:350, FutD 2025-0677, V-N 2025/24.5.
Art. 13a Wet LB 1964.
Redactie Vakstudie Nieuws, aantekening bij Hof Den Haag 20 februari 2025, V-N 2025/24.5.
IND, De verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant, 2025, p. 2-4.
IND, De verblijfsvergunning voor arbeid als kennismigrant, 2025, p. 3; IND, Nieuwsbrief Zakelijk 18 december 2025.
IND Informatiebericht IB 2025/9, Toepassing van het looncriterium kennismigranten wanneer gebruik is gemaakt van de 30%-regeling, geldig vanaf 20 maart 2025.
Kennisgroep Belastingdienst KG:204:2024:2, Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid, geldig vanaf 16 januari 2024.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, par. 19.4.1.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, par. 19.4.1.
IND, Nieuwsbrief Zakelijk 5 juni 2025; SOFI-expertise, Nieuwsbrief 30 juni 2025.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, par. 19.4.1.
Belastingdienst, Handboek Loonheffingen 2026, hoofdstuk 14 en par. 19.4.1.
Kennisgroep Belastingdienst KG:204:2023:21, Correctie bij onjuiste toepassing 30%-regeling, gepubliceerd 24 november 2023, kennisgroepen.belastingdienst.nl/publicaties/kg204202321-correctie-bij-onjuiste-toepas-sing-30-regeling/. Zie ook Salaris Vanmorgen, Correctiebericht indienen bij onjuiste toepassing 30%-regeling: hoe zit het?, 27 november 2023.
Rechtbank Den Haag 28 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14937.
ABRvS 6 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4542. Zie voorts Beleidsregel boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen 2025.