Buitenlandse studenten: laat ze blijven!

De cijfers van het CPB over buitenlandse studenten zetten het kabinetsbeleid in een merkwaardig licht ('Internationale studenten ‘meerwaarde’' in NRC van 1 september 2026). Een universitair afgestudeerde van buiten de EER levert de Nederlandse schatkist gemiddeld meer dan €240.000 op. Tegelijk wil het kabinet juist besparen door het aantal internationale studenten terug te dringen.

Misschien kijken we dan naar het verkeerde getal. Niet het aantal buitenlandse studenten is het interessantst, maar het aantal dat na zijn studie in Nederland blijft werken.

Daar valt nog veel te winnen.

Om te beginnen met de expatregeling, de vroegere 30%-regeling. Wie rechtstreeks uit het buitenland voor een Nederlandse werkgever komt werken, kan daarvoor in aanmerking komen. Maar een buitenlandse student die eerst enkele jaren in Nederland heeft gestudeerd, voldoet juist vaak niet meer aan de verblijfseis. Dat is moeilijk uit te leggen. Waarom zouden we fiscaal aantrekkelijker zijn voor iemand die Nederland nog niet kent dan voor iemand die hier is opgeleid en hier vervolgens wil blijven werken? Laat voor deze groep de studiejaren buiten beschouwing bij de verblijfstoets. En vraag je dan meteen af of verdere versobering van de regeling vanaf 2027 verstandig is.

Daarnaast zou het kabinet veel meer onderscheid moeten maken tussen opleidingen. Een buitenlandse student techniek die na zijn studie bij ASML, een ingenieursbureau of een energiebedrijf gaat werken, is economisch iets anders dan een student voor wie hier nauwelijks arbeidsmarktvraag bestaat. Generiek minder internationale studenten toelaten is dan wel erg grof beleid.

Ten slotte kan Nederland meer doen om afgestudeerden daadwerkelijk hier te houden. Het zoekjaar bestaat al, maar taalonderwijs, stages en contacten met Nederlandse werkgevers zouden veel vanzelfsprekender onderdeel van een internationale opleiding kunnen zijn.

Het CPB laat eigenlijk een kans zien. Nederland hoeft niet per se méér buitenlandse studenten aan te trekken. We moeten vooral slimmer kiezen wie we aantrekken, en ervoor zorgen dat degenen aan wie onze economie behoefte heeft na hun studie niet meteen weer vertrekken.

Volgende
Volgende

Hoe is uw kennis van grensoverschrijdend werken?